Project CHIRP
Onderzoek naar
achteruitgang Scholekster
Nieuwsoverzicht
04-05-2022
Demografische oorzaken achteruitgang scholeksterpopulatie Schiermonnikoog
14-03-2022
Aanpassingsvermogen in een veranderende wereld
31-01-2022
Scholeksters vermijden verstoorde hoogwatervluchtplaats
27-01-2022
Relatie tussen hoogwatervluchtplaats, foerageergebied en voedsel
01-10-2021
Handleiding voor het kwantificeren van lichaamsconditie
14-09-2021
“Broedkolonie” Scholeksters op Ameland
24-08-2021
Broeddispersie bij Scholeksters
24-08-2021
Verstoring door vliegverkeer heeft meestal geen effect op overleving
23-02-2021
Inefficiënte scholeksters hebben meer last van verstoring
24-09-2020
Hoeveel last hebben wadvogels van vliegtuigen?
04-12-2019
Gevolgen van voedsel specialisatie voor foerageerpatronen
19-11-2019
Scholekster weekend 2020 Groningen
11-11-2019
Overwinteringsgebieden van in Nederland broedende Scholeksters
03-06-2019
Effect van slijtage en verlies van kleurringen op overlevingsschattingen
04-05-2019
Scholekster op het dak
26-03-2019
AviNest App: Nu beschikbaar in de Play Store
25-02-2019
Migratie en overleving van Scholeksters in Nederland
21-12-2018
Is het landbouwgebied een valkuil voor de scholekster?
16-12-2018
Ook in 2018 goed broedseizoen in de Buurdergrie op Ameland
29-11-2018
De eerste bevindingen zenderonderzoek scholeksters in Assen
06-11-2018
Geef je nu op voor het 9e Scholeksterweekend!
16-10-2018
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2018
20-08-2018
Van Vlieland naar Texel, Apeldoorn of Scandinavië en weer terug
18-07-2018
Uitnodiging CHIRP vrijwilligersdag 13 oktober 2018
05-04-2018
Op en neer van Vlieland naar broedgebieden
13-03-2018
IJs Waddenzee zorgt voor lokale verplaatsing gezenderde scholeksters
06-03-2018
Successful winter catches 2018: More than 700 oystercatchers ringed!
13-02-2018
Nature Today: Texelse graslanden trekken scholeksters van Vlieland
11-01-2018
Welke Vliehors-scholeksters weten de weg naar Texel?
27-12-2017
42 scholeksters gezenderd op de Vliehors
06-11-2017
Aankondiging Scholeksterweekend 2018
18-10-2017
Hoe snel en hoog trekken Noordelijke scholeksters?
02-09-2017
Steeds meer zendervogels terug(gevonden) in de Waddenzee
20-08-2017
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2017
26-07-2017
Viermaal is scheepsrecht voor scholekster in Friesland
06-07-2017
Update zendervogels Vliehors
29-06-2017
Overleving en migratie van scholeksters in Nederland
27-06-2017
CHIRP vrijwilligersdag: 19 augustus 2017!
12-06-2017
Update: CHIRP-broedseizoen
09-06-2017
Broedvogels op de Vliehors: Nieuwe zenders en storm
21-04-2017
Wat deden de gezenderde scholeksters afgelopen winter?
13-04-2017
Update CHIRP-scholekster waarnemingen
12-04-2017
Ringaflezingen met BirdRing direct naar Wadertrack!
10-04-2017
Zegt snavelkleur iets over conditie?
16-03-2017
Gezenderde scholekster Wietske teruggevonden
14-03-2017
Woerden valt niet in de smaak bij gezenderde scholekster
07-03-2017
De wintervangsten zijn afgesloten!
23-02-2017
Nieuwe kleurringcodes in Wadertrack
13-02-2017
Vroege Vogels reportage over gezenderde scholeksters
10-02-2017
Productie kleurringstrengen in volle gang
10-02-2017
UvA-BiTS pagina online
10-02-2017
Succesvolle eerste wintervangsten
10-02-2017
Nieuwe kleurringcodes

14-03-2022


Door Jurrian van Irsel

Door mensen veroorzaakte veranderingen in de leefomstandigheden, zoals een veranderend klimaat of landgebruik, hebben grote gevolgen voor veel plant- en diersoorten. Om te bepalen wat de gevolgen voor een populatie exact zijn, is het van belang om te weten of individuen binnen een populatie verschillen in hun vermogen om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Als individuen namelijk daarin verschillen dan is het mogelijk dat negatieve effecten van veranderende omstandigheden worden opgevangen door bijvoorbeeld de individuen in een betere conditie. Echter het karakteriseren van individuen als individuen van bijvoorbeeld lage kwaliteit en hoge kwaliteit blijkt in de praktijk behoorlijk lastig. Het broedsucces in het voorgaande jaar kan een indicatie geven van het vermogen van een individu om zich aan te passen aan fluctuaties in weers- en voedselomstandigheden.

Aan de hand van reproductiegegevens en aflezingen van 636 scholeksters die minstens 1 keer gebroed hebben op Schiermonnikoog in de periode 2002-2017 zijn individuen per jaar geclassificeerd in succesvolle broeders, mislukte broeders en niet-broedvogels. Doordat er maar weinig scholeksters daadwerkelijk succesvol zijn in het grootbrengen van hun jongen tot aan het moment van “uitvliegen”, hebben we ervoor gekozen om het succes te definiëren als het succesvol uit laten komen van tenminste 1 ei. Eerst is het gemiddelde broedsucces en de gemiddelde overleving per jaar geschat voor succesvolle, mislukte, en niet-broedvogels. Hieruit bleek dat individuen die het jaar ervoor succesvol gebroed hebben een hogere overlevingskans hebben en het waarschijnlijker is dat zij het jaar erop opnieuw succesvol zullen broeden.


Figuur 1. De gemiddelde kans van succesvolle (S), mislukte (F), en niet-broedvogels (N) om het jaar erop een successvolle, mislukte, of niet-broedvogel te zijn. Daarnaast is de jaarlijkse sterftekans (D) weergeven voor elk van deze classificaties.


Effecten van voedsel- en weersomstandigheden
Om de effecten van veranderingen in voesel- en weersomstandigheden op de overleving en reproductie in kaart te brengen zijn twee periode meegenomen namelijk de winterperiode van december tot en met maart en de broedperiode van mei tot en met juni waarin de meeste scholeksters eieren hebben gelegd. Doordat voedsel- en weersomstandigheden ook kunnen doorwerken op het broedsucces, hebben we naar zowel de voedsel- en weerseffecten op overleving als reproductie gekeken. Het broedsucces (in onze studie het laten uitkomen van minstens 1 ei) van scholeksters bleek het meest afhankelijk te zijn van de biomassa aan zeeduizendpoten, de gemiddelde temperatuur over mei en juni, en de maximale hoogte van het getij tussen mei en juni. Voor succesvolle, mislukte en niet-broedvogels neemt de kans dat ze het jaar erop succesvol broeden toe met een hogere biomassa aan zeeduizendpoten. Een lagere gemiddelde temperatuur in mei en juni leidt alleen bij succesvolle en niet-broedvogels tot een hogere kans om het jaar erop succesvol te broeden, maar niet voor mislukte broeders. Daarnaast was de maximale getijde hoogte ook van belang op het broedsucces, maar deze variabele had geen significante invloed op de reproductie of overleving van scholeksters. De voedsel- en weersomstandigheden hadden weinig effect op de overleving, maar er waren grote verschillen tussen de succesvolle-, mislukte en niet-broedvogels. Uit de analyse bleek dat de biomassa aan kokkels en mossels, en windchill (een index van de winterkoude waarin rekening wordt gehouden met de windsnelheid) de meest belangrijke effecten hebben op overleving van scholekesters. Echter, de variatie in overleving werd het meest gestuurd door het broedsucces in het voorgaande jaar, met de hoogste overlevingskans voor succesvolle broedvogels. De voedsel- en weersomstandigheden hadden in mindere mate effect op de overleving en verklaarde minder van de waargenomen variatie in overleving tussen jaren.


Figuur 2. Het gemiddeld aantal keer dat een individu binnen de populatie succesvol tenminste 1 ei zal laten uitkomen in relatie tot de voedsel- en weersomstandigheden. De voedsel- en weersomstandigheden zijn gestandardiseerd, waarbij 0 het gemiddelde is over de periode 2002-2017, een negatief getal betekent slechtere omstandigheden ten opzichte van het gemiddelde over 2002-2017, en een positief getal betekent betere omstandigheden.


Effecten op de langere termijn
De effecten van voedsel- en weersomstandigheden op het broedsucces en de overleving van scholeksters zijn niet hetzelfde voor alle vogels. Uit een simulatie van de gemiddelde weers- en voedseleffecten op reproductie en overleving van scholeksters blijkt dat met name de effecten op het broedsucces de grootste invloed hebben op de langere termijn. Doordat de voedsel- en/of weersomstandigheden tegenovergestelde effecten hebben op de overleving afhankelijk van het broedsucces in het jaar ervoor worden de effecten op populatie niveau gebuffered. Met andere woorden, de verhoogde sterfte bij bijvoorbeeld niet-broedvogels door minder voedsel in een jaar, wordt opgevangen door een hogere overleving van mislukte en succesvolle broeders. Hierdoor hebben de voedsel- en weersomstandigheden minder invloed op de populatie op de langere termijn. De resultaten van dit onderzoek duiden erop dat het meenemen van individuele aanpassingscapaciteit zeer belangrijk is wanneer de effecten van veranderende leefomstandigheden op een populatie worden bestudeerd. De scholeksterpopulatie neemt al langere tijd af en de resultaten van dit onderzoek duiden erop dat klimaatsverandering en voedselgebrek een belangrijke rol spelen. Waar in eerdere decennia met name de koude winters grote sterfte veroorzaakte, lijkt nu ook een hogere wintertemperatuur voor een daling in overleving te zorgen. Bovendien, zorgen hogere temperaturen in de winter voor meer verlies aan biomassa van de belangrijkste prooidieren van scholeksters waardoor ook het reproductiesucces van scholeksters negatief beïnvloed wordt.

Publicatie:
van Irsel J, Frauendorf M, Ens BJ, van de Pol M, Troost K, Oosterbeek K, de Kroon H, Jongejans E & Allen AM. 2022. State-dependent environmental sensitivity of reproductive success and survival in a shorebird. Ibis Link