Project CHIRP
Onderzoek naar
achteruitgang Scholekster
Nieuwsoverzicht
23-02-2021
Inefficiënte scholeksters hebben meer last van verstoring
24-09-2020
Hoeveel last hebben wadvogels van vliegtuigen?
04-12-2019
Gevolgen van voedsel specialisatie voor foerageerpatronen
19-11-2019
Scholekster weekend 2020 Groningen
11-11-2019
Overwinteringsgebieden van in Nederland broedende Scholeksters
03-06-2019
Effect van slijtage en verlies van kleurringen op overlevingsschattingen
04-05-2019
Scholekster op het dak
26-03-2019
AviNest App: Nu beschikbaar in de Play Store
25-02-2019
Migratie en overleving van Scholeksters in Nederland
21-12-2018
Is het landbouwgebied een valkuil voor de scholekster?
16-12-2018
Ook in 2018 goed broedseizoen in de Buurdergrie op Ameland
29-11-2018
De eerste bevindingen zenderonderzoek scholeksters in Assen
06-11-2018
Geef je nu op voor het 9e Scholeksterweekend!
16-10-2018
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2018
20-08-2018
Van Vlieland naar Texel, Apeldoorn of Scandinavië en weer terug
18-07-2018
Uitnodiging CHIRP vrijwilligersdag 13 oktober 2018
05-04-2018
Op en neer van Vlieland naar broedgebieden
13-03-2018
IJs Waddenzee zorgt voor lokale verplaatsing gezenderde scholeksters
06-03-2018
Successful winter catches 2018: More than 700 oystercatchers ringed!
13-02-2018
Nature Today: Texelse graslanden trekken scholeksters van Vlieland
11-01-2018
Welke Vliehors-scholeksters weten de weg naar Texel?
27-12-2017
42 scholeksters gezenderd op de Vliehors
06-11-2017
Aankondiging Scholeksterweekend 2018
18-10-2017
Hoe snel en hoog trekken Noordelijke scholeksters?
02-09-2017
Steeds meer zendervogels terug(gevonden) in de Waddenzee
20-08-2017
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2017
26-07-2017
Viermaal is scheepsrecht voor scholekster in Friesland
06-07-2017
Update zendervogels Vliehors
29-06-2017
Overleving en migratie van scholeksters in Nederland
27-06-2017
CHIRP vrijwilligersdag: 19 augustus 2017!
12-06-2017
Update: CHIRP-broedseizoen
09-06-2017
Broedvogels op de Vliehors: Nieuwe zenders en storm
21-04-2017
Wat deden de gezenderde scholeksters afgelopen winter?
13-04-2017
Update CHIRP-scholekster waarnemingen
12-04-2017
Ringaflezingen met BirdRing direct naar Wadertrack!
10-04-2017
Zegt snavelkleur iets over conditie?
16-03-2017
Gezenderde scholekster Wietske teruggevonden
14-03-2017
Woerden valt niet in de smaak bij gezenderde scholekster
07-03-2017
De wintervangsten zijn afgesloten!
23-02-2017
Nieuwe kleurringcodes in Wadertrack
13-02-2017
Vroege Vogels reportage over gezenderde scholeksters
10-02-2017
Productie kleurringstrengen in volle gang
10-02-2017
UvA-BiTS pagina online
10-02-2017
Succesvolle eerste wintervangsten
10-02-2017
Nieuwe kleurringcodes

24-09-2020


De Waddenzee is een belangrijk gebied voor miljoenen vogels die er elk jaar doortrekken of overwinteren. Maar ze krijgen er ook te maken met allerlei verstoringen: roofvogels, wandelaars, fietsers, boten en... vliegtuigen. De afgelopen drie jaar is voor het eerst in detail onderzocht wat de effecten zijn van vliegtuigen op wadvogels.


Foto: Ingrid D. van der Spoel

De Vliehors op Vlieland is een natuurgebied dat sinds kort na de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel in gebruik is als oefenterrein voor de Koninklijke Luchtmacht. Even verderop ligt Texel International Airport, een vliegveld waar veel sportvliegtuigjes opstijgen en landen. Daardoor vliegen er boven Vlieland veel verschillende soorten vliegtuigen, en dus is het een ideaal gebied om de effecten op wadvogels te onderzoeken.

Tijdens het meerjarige onderzoek CHIRP werd gekeken naar het effect van vier types vliegtuigen: sportvliegtuigjes, straaljagers, helikopters en transportvliegtuigen. Er werd onderzocht hoe vaak rosse grutto’s, wulpen, scholeksters en meeuwen moesten opvliegen. Deze vogelsoorten komen vooral met hoogwater in grote aantallen voor op Vlieland. Scholeksters zijn met GPS-zenders uitgerust, en konden in detail gevolgd worden na verstoringen.

Grote verschillen
Uit het onderzoek bleek dat de hoeveelheid verstoring die vliegtuigen veroorzaken sterk verschilt, afhankelijk van het type vliegtuig en de afstand. Sportvliegtuigjes zorgden voor weinig verstoring wanneer ze 450 meter of hoger vlogen: de wettelijke minimale vlieghoogte in de Waddenzee. Ook de effecten van straaljagers waren meestal beperkt. Op de Vliehors wordt vaak met straaljagers geoefend, en mogelijk zijn de vogels er zo aan gewend dat ze nauwelijks meer reageren. Het afwerpen van explosieven boven het oefenterrein - wat maximaal drie weken per jaar gebeurt - zorgde wel voor enige verstoring: tot op 4 kilometer afstand verplaatsten de vogels zich. Ook helikopters zorgen voor verstoring, doordat ze vaak lang aanwezig zijn en onvoorspelbare bewegingen maken.

Veel groter was het effect van laagvliegende transportvliegtuigen zoals de Hercules C-130 of Airbus A400. Vogels vlogen tientallen minuten rond, en weken soms zelfs uit naar andere eilanden in de Waddenzee. Gelukkig oefent de luchtmacht maar een paar keer per jaar met transportvliegtuigen boven Vlieland, en ook verder vliegen ze alleen bij uitzondering boven de Waddenzee. Bijvoorbeeld tijdens de Texel Air Show.


Effect van vijf verschillende vliegtuigactiviteiten op vliegafstanden van scholeksters



In deze video is goed te zien hoe de vogels reageren op verstoring door verschillende typen vliegtuigen.


Figuur 1: In deze video is goed te zien hoe de vogels reageren op verstoring door verschillende typen vliegtuigen. Verstoring kost energie
Dankzij onderzoek met GPS-zenders kon berekend worden hoeveel energie scholeksters verspillen door opvliegen na verstoring. Gemiddeld kost dat ze per dag slechts 0,25% meer energie, zelfs op de Vliehors waar veel vliegtuigen langskomen. Het percentage is zo laag omdat scholeksters maar zelden reageren op straaljagers en kleine sportvliegtuigjes, de meest voorkomende vliegtuigtypen.

De extra energetische uitgaven zijn wel erg hoog op dagen met grote verstoringen door transportvliegtuigen, en in mindere mate ook op dagen met oefeningen met helikopters en straaljagers die explosieven gooien. Dan moeten scholeksters tot ongeveer 10% extra energie uitgeven door opvliegen voor verstoringen.

Over het algemeen lijkt het effect van vliegtuigen dus vrij klein te zijn, zeker vergeleken met andere menselijke activiteiten in het Waddengebied. Toch is het wenselijk om de verstoring nog verder te beperken, of te voorkomen tijdens voor de vogels moeilijke periodes zoals koude winters. En daar bestaan ook mogelijkheden voor, volgens de onderzoekers.


De rode kleur geeft aan hoeveel energie scholeksters gemiddeld per dag verspillen aan het moeten opvliegen voor vliegtuigen


Hoogwater en vorst
Voor sportvliegtuigen is het aanhouden van 450 als minimale vlieghoogte al effectief genoeg om de kans op verstoring te beperken. De impact van straaljageroefeningen kan gereduceerd worden door ze niet uit te voeren bij extreem hoge waterstanden. Vogels worden dan al door het water in het nauw gedreven, en ze worden sneller door vliegtuigen verstoord.

Laagvliegende transportvliegtuigen boven de Waddenzee hebben een grote impact. Het is dus belangrijk dat deze ook in de toekomst zeldzaam blijven. Daarnaast is het nuttig om dit soort vliegbewegingen te vermijden tijdens strenge wintervorst.

Bij al deze mogelijkheden om verstoring te beperken is specifiek gekeken naar scholeksters; niet alle wadvogelsoorten zijn in evenveel detail onderzocht. Uit een vergelijking met wulpen en rosse grutto’s bleek dat scholeksters relatief ongevoelig zijn voor verstoring van vliegtuigen, en dat rosse grutto’s vaker reageren. Het is dus belangrijk dat ook andere vogelsoorten in de toekomst in meer detail onderzocht worden.

Publicaties:
1. van der Kolk H, Allen AM, Ens BJ, Oosterbeek K, Jongejans E, van de Pol M. 2020. Spatiotemporal variation in disturbance impacts derived from simultaneous tracking of aircraft and shorebirds. Journal of Applied Ecology. Link
2. van der Kolk H, Krijgsveld KL, Linssen H, Diertens R, Dolman D, Jans M, Frauendorf M, Ens BJ, van de Pol M. 2020. Cumulative energetic costs of military aircraft, recreational and natural disturbance in roosting shorebirds. Animal Conservation 23(4), 359-372. Link

tekst: NIOO, Radboud, Sovon, CAPS