Project CHIRP
Onderzoek naar
achteruitgang Scholekster
Nieuwsoverzicht
06-11-2018
Geef je nu op voor het 9e Scholeksterweekend!
16-10-2018
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2018
20-08-2018
Van Vlieland naar Texel, Apeldoorn of Scandinavië en weer terug
18-07-2018
Uitnodiging CHIRP vrijwilligersdag 13 oktober 2018
05-04-2018
Op en neer van Vlieland naar broedgebieden
13-03-2018
IJs Waddenzee zorgt voor lokale verplaatsing gezenderde scholeksters
06-03-2018
Successful winter catches 2018: More than 700 oystercatchers ringed!
13-02-2018
Nature Today: Texelse graslanden trekken scholeksters van Vlieland
11-01-2018
Welke Vliehors-scholeksters weten de weg naar Texel?
27-12-2017
42 scholeksters gezenderd op de Vliehors
06-11-2017
Aankondiging Scholeksterweekend 2018
18-10-2017
Hoe snel en hoog trekken Noordelijke scholeksters?
02-09-2017
Steeds meer zendervogels terug(gevonden) in de Waddenzee
20-08-2017
Verslag CHIRP vrijwilligersdag 2017
26-07-2017
Viermaal is scheepsrecht voor scholekster in Friesland
06-07-2017
Update zendervogels Vliehors
29-06-2017
Overleving en migratie van scholeksters in Nederland
27-06-2017
CHIRP vrijwilligersdag: 19 augustus 2017!
12-06-2017
Update: CHIRP-broedseizoen
09-06-2017
Broedvogels op de Vliehors: Nieuwe zenders en storm
21-04-2017
Wat deden de gezenderde scholeksters afgelopen winter?
13-04-2017
Update CHIRP-scholekster waarnemingen
12-04-2017
Ringaflezingen met BirdRing direct naar Wadertrack!
10-04-2017
Zegt snavelkleur iets over conditie?
16-03-2017
Gezenderde scholekster Wietske teruggevonden
14-03-2017
Woerden valt niet in de smaak bij gezenderde scholekster
07-03-2017
De wintervangsten zijn afgesloten!
23-02-2017
Nieuwe kleurringcodes in Wadertrack
13-02-2017
Vroege Vogels reportage over gezenderde scholeksters
10-02-2017
Productie kleurringstrengen in volle gang
10-02-2017
UvA-BiTS pagina online
10-02-2017
Succesvolle eerste wintervangsten
10-02-2017
Nieuwe kleurringcodes

16-10-2018


De tweede CHIRP vrijwilligersdag op zaterdag 13 oktober 2018 trok meer dan 40 deelnemers naar het gebouw van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Het project CHIRP (afkorting van Cumulative Human Impact on biRd Populations) heeft als doel de cumulatieve effecten en het relatieve belang van de vele bedreigingen van de scholeksterpopulatie te bepalen. Hopelijk kan met die kennis de achteruitgang van de Nederlandse Scholeksterpopulatie gestopt en zo mogelijk zelfs gekeerd worden. Het onderzoek is sterk afhankelijk van vrijwilligers die in het veld scholeksters kleurringen en ringen aflezen en die populaties op gebiedsniveau nauwgezet volgen om het broedsucces te bepalen. Eén belangrijk doel van de vrijwilligersdag is om informatie en kennis uit te wisselen tussen onderzoekers en vrijwilligers.

Voortgang CHIRP en belang van vrijwilligers
Het onderzoek in 2018 steunt grotendeels op veel vrijwilligers die geholpen hebben. Steeds meer mensen raken betrokken bij het onderzoek en helpen op allerlei manieren mee, soms door een hele populatie te volgen en soms door een enkele vogel met kleurringen terug te melden. Scholeksters gaan steeds vaker dichtbij mensen broeden. Magali Frauendorf benadrukt dat dit mee helpt voor de bewustwording van de noodzakelijkheid van bescherming van scholeksters. Dakbroedende en ‘urbane’ scholeksters zijn dan ook een belangrijk thema tijdens deze vrijwilligersdag. Martijn van de Pol vertelt vervolgens over de resultaten die mede dankzij de inzet van vrijwilligers in het afgelopen jaar zijn behaald: De overleving binnen en de migratie tussen gebieden in Nederland is bepaald en een artikel hiervan verschijnt binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift. Er is een eerste schatting van het effect van winterconditie op broedsucces in de zomer gemaakt. Foerageertijd van scholeksters op het wad is bepaald met behulp van GPS zenders en hieruit blijkt dat er een enorme variatie is tussen individuen. Het CHIRP project loopt nu ongeveer twee jaar en we komen nu steeds meer in een fase waarin de resultaten zichtbaar zullen worden. Regelmatig verschijnen er artikelen en nieuwsberichten in niet-wetenschappelijke media.

Martijn van de Pol vertelt over CHIRP


Broedsucces scholeksters in 2018
Het broedsucces van scholeksters was in 2018 iets hoger dan in 2017 maar met 0,28 jongen per paar nog steeds te laag voor het in stand houden van een populatie. Deze schatting komt voort uit het CHIRP onderzoek. In de populatiestudies van vrijwilligers is het succes ook laag en zeer variabel. Op het Forteiland in IJmuiden, in de Driemanspolder en in Zeevang in Noord-Holland behaalden scholeksters een broedsucces van rond de 0,3 jongen per paar. In Wieringen lag het broedsucces met 0,08 jongen per paar veel lager. Vooral in akkerbouw gebieden lijken scholeksters het slecht te doen. In graslanden lijkt de ei-overleving laag te zijn, maar de kuikenoverleving hoger. In stedelijke gebieden zijn zowel de ei-overleving als de kuikenoverleving het hoogst. Er komen steeds meer aanwijzingen dat scholeksters steeds vaker in de stad gaan broeden en hier ook het meest succesvol zijn. Tijdens een discussieronde blijkt dat vrijwilligers dit patroon herkennen. In de Delta zijn er twee voorbeelden van vogels die eerst in agrarisch gebied broedden, maar nu op daken zitten. Ook hier doen de scholeksters op akkerbouwland het erg slecht. Een ander bijzonder voorbeeld komt uit Houten: Op een terrein van een dakbedekkingsbedrijf brengen scholeksters wel jongen groot, maar in het omliggende poldergebied was in 2018 geen enkel paartje succesvol. Predatie wordt vaak als oorzaak van het lage succes genoemd. Onder andere bruine kiekendief, zwarte kraai, egel, huiskat en marter zijn predatoren die eieren of kuikens eten. Voedseltekort is mogelijk een oorzaak dat jongen niet grootgebracht kunnen worden in akkerbouwland. Ook in Schotland en Duitsland gaat het slecht met scholeksters. Op IJsland nemen scholeksters juist toe, maar de reden is nog niet duidelijk.

BirdNest App
Momenteel is de BirdNest app in ontwikkeling, een app waarmee in het veld informatie van nesten ingevoerd en gevolgd kunnen worden. Hierdoor wordt het meten van broedsucces eenvoudiger gemaakt. Rafael Martig geeft uitleg over workshop, waarna de deelnemers buiten in de NIOO-tuin de app kunnen uitproberen op een tiental verstopte nesten. Vanwege het zonnige weer is dit een welkome invulling van het programma. Na afloop wordt er gereflecteerd op de huidige versie van de app. Op een paar kleine verbeterpunten na valt de app goed in de smaak bij de meeste deelnemers. De planning is dat een eerste publieke versie van de app beschikbaar is voor het broedseizoen van 2019. Na de workshop wordt er geluncht op het dakterras van het gebouw.

BirdNest-Workshop: Nesten zoeken in de NIOO-tuin


BirdNest-Workshop: Nest met kuikens


Lunch op het zonovergoten dakterras


Scholeksteronderzoek stedelijk gebied Assen
Na de lunch vertelt Bert Dijkstra over scholeksters in de stad in Assen. Het aantal vogels in de stad neemt hier al jarenlang toe, terwijl het aantal vogels in het agrarische gebied afneemt en binnenkort zullen scholeksters waarschijnlijk vrijwel helemaal uit het buitengebied van Assen verdwenen zijn. Nestsucces was er in het agrarische gebied in 2018 dan ook niet. In het urbaan gebied was het nestsucces 50% en de kuikenoverleving 25%. Uit voedselmetingen blijkt dat er in het begin van het broedseizoen minder wormen in gazonnen zitten ten opzichte van agrarisch gebied, maar wel meer emelten. Gegevens van later in het seizoen moeten nog worden uitgewerkt. Dit jaar zijn er voor het eerst een paar GPS zenders gebruikt op dakbroedende scholeksters in Assen. Uit de zendergegevens blijkt dat er een groot verschil is in foerageergebied tussen dag en nacht. Mogelijk maken scholeksters ’s nachts gebruik van veldjes waar ze zich overdag niet veilig voelen. Soms foerageren scholeksters onder bomen na regenbuien op afgevallen rupsen. Mogelijk doen de gezenderde vogels dit ook aangezien er regelmatig foerageer locaties in het bos staan. Twee van de gezenderde vogels vliegen af en toe naar het agrarisch gebied, wat mogelijk wijst op een voedseltekort in stedelijk gebied.


Bert Dijkstra vertelt over onderzoek in Assen


Scholekster op het dak project
Volgend jaar wordt gestart met een citizen science project om informatie te geven en te ontvangen over scholeksters in de stad: Het ‘Scholekster op het dak’ project. Rafael Martig, Magali Frauendorf, John Brands en Bert Dijkstra vertellen over de huidige plannen van het project en de mogelijkheden om scholeksters in de stad te helpen. Bert laat zien dat scholeksters in de stad drie fasen moeten doorstaan voordat de jongen vliegvlug worden: de Dakfase, Valfase en Grondfase. Tijdens elke fase zijn er andere bedreigingen. Tijdens de Dakfase, de nestfase en eerste periode van de kuikenfase, speelt bijvoorbeeld hittestress een rol. Op daken kan het erg warm worden en dan is het belangrijk dat de jonge kuikens zich kunnen koelen in de schaduw of bij plassen water. De Valfase is het moment dat de jongen van het dak springen om daarna op de grond verder te leven. De overlevingskans van de jongen wordt onder andere beïnvloed door de hoogte van het dak en de ondergrond waarop de jongen vallen. De Grondfase is de fase waarin de kuikens zich op de grond ontwikkelen tot vliegvlug jong. Bedreigingen tijdens deze fase zijn loslopende huiskatten en aanrijdingen met auto’s. Tijdens elke fase kunnen maatregelen genomen worden om overlevingskansen te verhogen. Deze maatregelen gaan op de projectwebsite genoemd worden. Bert vertelt dat het moeilijk is om in te schatten wanner het zinvol is om jonge scholeksters handmatig van het dak naar de grond te brengen. Sommige mensen hebben positieve ervaringen hiermee en zetten jongen zelfs op veilige plekken af waar er geen kans is op aanrijding met auto’s. In Assen zijn er wisselende ervaringen. In ieder geval is het af te raden wanneer er katten op de grond rondlopen. Dan is het beter om te hopen dat de jongen lang op het dak blijven waar ze veilig zijn voor predatie. Marc van Leeuwen vertelt vervolgens dat een enclosure om een scholeksternest op het dak niet lijkt te werken wanneer deze tijdens de nestfase wordt geplaatst. De ouders durven dan namelijk niet meer op het nest te gaan zitten. Er is nog te weinig ervaring voor een goede oplossing tegen het doodvallen van jongen bij de sprong van het dak naar de grond of om de sprong uit te stellen tot de jongen vliegvlug zijn. Op de projectwebsite zal aan mensen gevraagd worden om informatie over dakbroedende scholeksters door te geven. Mensen kunnen kiezen om alleen eenvoudige gegevens aan te leveren of ook enkele meer gedetailleerde gegevens, maar zelfs dan is het uitgangspunt dat de invoer simpel blijft.

Rafael Martig en John Brands vertellen over het ‘Scholekster op het dak’ project



Marc van Leeuwen vertelt over zijn ervaringen met enclosures op het dak


Ringverlies en ringslijtage workshop
Na discussie over scholeksters in de stad vertelt Andrew Allen over zijn onderzoek naar ringslijtage en ringverlies. Slijtage en verlies van kleurringen is een probleem omdat gekleurringde vogels niet meer afgelezen (en dus ‘dood verklaard’) worden terwijl de vogel in werkelijkheid nog in leven is. Andrew laat zien hoe vaak dit voorkomt en dat slijtage vooral bij rode ringen voorkomt, waarschijnlijk omdat de kleur rood meer gevoelig is voor zonlicht. Via een quiz wordt aan deelnemers gevraagd om van gefotografeerde gekleurringde scholeksters de slijtage code te bepalen. Er is veel discussie tussen de categorieën ‘geen slijtage’ en ‘slijtage+goed leesbaar’ en tussen ‘slijtage+goed leesbaar’ en ‘slijtage+slecht leesbaar’. Er is in werkelijkheid een gradiënt van geen slijtage tot volledige slijtage, waardoor het vangen van slijtage in categorieën een subjectieve inschatting is. Een lastig discussiepunt is hoe vogels met ringverlies en ringslijtage moeten worden ingevoerd. Een oplossing is om twee invoervelden te maken: Eén voor leesbare ringen en één voor de vermoedelijke volledige code (wanneer de waarnemer weet om welke vogel het gaat). Er is echter een conflict tussen de gedetailleerde informatie die de wetenschapper wil en het gemak van de invoer voor waarnemer. Een beslissing hierover nemen is daarom niet makkelijk en mogelijk krijgt deze discussie een vervolg op het scholeksterweekend.

Overige zaken
Bruno mag de dag afsluiten met enkele korte updates over scholeksterzaken. Er wordt momenteel gewerkt aan de oprichting van Stichting Onderzoek Scholekster (S.O.S.), die als doelstellingen heeft het in stand houden en uitoefenen van onderzoek naar de populatieontwikkelingen van scholeksters. De oprichting van de stichting is onder andere belangrijk voor het voortbestaan van het kleurringonderzoek. Als tweede punt komt de CHIRP website ter sprake. De CHIRP website kan in de nabije toekomst en ook na afloop van het CHIRP project het platform worden voor al het scholekster nieuws. Er moet in de toekomst nagedacht worden over hoe dit vorm kan krijgen. Tenslotte wordt het aankomende scholeksterweekend besproken. Het scholeksterweekend zal in 2019 plaatsvinden in Zeeland, waarschijnlijk in Burgh-Haamstede. Deze locatie biedt ook een uitstekende kans aan Belgen, Engelsen en Fransen om zich aan te sluiten.

Presentaties
De volgende presentaties van de CHIRP vrijwilligersdag zijn online beschikbaar:
• Martijn van de Pol: Introductie vrijwilligersdag en CHIRP overzicht
• Magali Frauendorf: Broedsucces 2018
• Bert Dijkstra: Scholeksters in Assen
• Bert Dijkstra, Rafael Martig, Magali Frauendorf: Scholekster op het dak
• Andrew Allen: Ringverlies en slijtage bij gekleurringde scholeksters
• Bruno Ens: Algemene discussie

Formulier haalt reacties op...